De man die het allemaal zag gebeuren !
'Ik ben nogal onhandig met mensen.
Het werk wordt een soort gedwongen tegengewicht
voor mijn sociale onbeholpenheid.'
Het werk wordt een soort gedwongen tegengewicht
voor mijn sociale onbeholpenheid.'
Toen Journaal-verslaggever Gerri Eickhof in 2025 met pensioen ging heeft hij zijn gedetailleerd archief en zijn bijna feilloze geheugen geopend om voor zichzelf en ons een anekdotische kroniek van zijn journalistieke leven te schrijven.
Door de grote poort
Als hij in 1988 redacteur wordt op de afdeling Buitenland van het NOS-Journaal, gaat de horizon open. Op zijn reizen naar tal van crisisgebieden wordt hij voor de leeuwen geworpen. In de brandhaarden van Irak, Joegoslavië, Rwanda, Israël, Palestina, Centraal-Afrika... staat hij steeds opnieuw tussen de kruitdampen. Hierbij komt hij voor ethische keuzes te staan. Kunnen slachtoffers van een massamoord als close-up in beeld worden gebracht? Omdat het gaat om 'man made misery' moet dat kunnen, vindt Gerri. Eindredacteuren zijn het niet altijd eens met zijn standpunten.
Verslaggevers strijden trouwens altijd met hun chefs om zoveel mogelijk uitgezonden seconden te krijgen. Met een score van 15 tot 25 moet je het doen. Daarnaast is er nog de emotionele confrontatie met het geweld. 'Ik voel tranen', schrijft hij, 'maar schuif het werk tussen mij en deze hel op aarde.' Als hij tussen de bedrijven door in Nederland is, mag hij lichtvoetige onderwerpen verslaan: de Sinterklaasinkopen, een bijna-overstroming in Limburg, het North Sea Jazz Festival, Prinsjesdag enz. Intussen heeft hij ook de officiële status van verslaggever gekregen. Voor wat hoort wat!
Krabbenmand
Je op de werkvloer staande houden, vraagt trouwens meer flexibiliteit en incasseringsvermogen dan je als buitenstaander zou denken. Achter de schermen van het keurige Journaal vind je, naast de rustige, aardige collega's, behoorlijk veel arrogant, nukkig, cynisch en pesterig personeel in alle lagen van de hiërarchie. Eén hoofdredacteur wordt nadrukkelijk genoemd. Gerard van der Wulp, de autocraat die regeert met willekeur, is, op z'n zachtst gezegd, niet geliefd. Dat hoofdredacteuren komen en gaan heeft zo zijn voor- en nadelen. 'Er zijn maar weinig bovengeschikten die hun voorkeuren helemaal thuislaten', concludeert Gerri. Als je in het goede kamp zit, is het prettig werken. Zit je in het slechte kamp, dan vergaat het lachen je soms dagelijks.
Ook met de functies en taken wordt slordig omgegaan. Eén voorbeeld. Plots mogen gewone verslaggevers niet meer in beeld. Ze worden opzijgeschoven door verslaggevers-presentatoren die zich elitair gedragen. Daar sta je dan met je tonnen ervaring, werkdagen op het oncontroleerbare ritme van het nieuws en hachelijke missies naar conflictgebieden! Gerri weet als geen ander dat zelfs het puntje op de i van een hotelnaam je knock-out kan slaan. Toch blijft hij nuchter onder deze manipulaties, zet hooguit het volume van zijn autoradio op bozig-hard!
Hoe lang nog?
Deze 'rechtop-in-de-wind-man' is wel kwetsbaar als het gaat om racistische bejegeningen. Daar heeft hij zowel in de buitenwereld als op de redactie last van. Fouilleringen, vernederende communicatietaal van de Maréchaussée op Schiphol en de gebruikelijke Zwarte Piet-allusies, daar ontsnapt een mens van kleur niet aan. Alleen de pindanoot houdt op te bestaan na de kindertijd.
Dit memoir heeft de vorm van een kralenketting, een lange aaneenschakeling van scènes allerhande die samen een loopbaan en een leven weergeven. Als de auteur in het laatste deel de wegwijzer van het archief loslaat, wordt zijn stijl verhalender. Dan nemen de dansende regels je op sleeptouw. Een schrijvershand moet losjes kunnen bewegen! De toon, die de signatuur van de journalist is, blijft dezelfde. Hij is speels met een ernstige ondertoon, ironisch tot licht cynisch. Zijn gesproken en geschreven zinnen vloeien in elkaar over, gebald en met een staccato-ritme. De stand-up reporter en de schrijver, voor altijd trouw aan zichzelf!
★★★★
