De man in wie niemand geloofde !
'Er komt een vreemdeling binnen...
Alleen is het geen vreemdeling.'
In het 12de deel van de Cherringham-reeks is het woord 'cosy', zoals in 'cosy crime', niet van toepassing. Of zoals rechercheur Jack het zegt: 'Van alle misdaadzaken die ze aan de hand hadden gehad, was deze niet alleen de oudste maar ook de huiveringwekkendste.'
Bewijslast
Op een avond komt een man de pub binnen... en dan wordt het heel stil. Hij krijgt geen biertje. Verbijstering en woede hangen in de lucht. Jack moet zelfs een opstootje tot bedaren brengen. De ongenode gast blijkt Tim Bell te zijn, de vermeende moordenaar van het tienermeisje Dinah Taylor dat vijfentwintig jaar geleden niet terugkeerde van de kermis. Omdat de vrijgelaten gevangene altijd beweerd heeft dat hij niet de dader is, wil Jack de getuigen van weleer opnieuw aan de tand voelen. In zijn thuisland zou bovendien niemand veroordeeld worden op basis van indirect bewijs en de afwezigheid van een dood lichaam. Bij dit auteursduo vind je vaak een morele kwestie die tot nadenken stemt!
De hakken in het zand
In 'Dodelijke zomernacht' zijn de hoffelijke Engelse omgangsvormen voor een groot deel weg. Mensen die veel te verliezen hebben of al verloren hebben, zijn hun beschavingslaagje kwijt. Dat heeft plaatsgemaakt voor stugheid en vijandigheid. Tim Bell is zijn leven niet meer zeker en, op zijn zoektocht naar informatie, moet Jack zijn 'unieke talent aanwenden om mensen in beweging te krijgen' (dixit Sarah). Dat laatste is natuurlijk de verdienste van de schrijvers die de dialogen naar hun hand zetten.
Via het vissen op forel en kanongebulder ter ondersteuning van Cherringham Symphony Orchestra, bereikt ook dit verhaal een climax. En weer eindigt een kermisnacht allesbehalve feestelijk...
★★★1/2
