Een Viking onwaardig !
'Ik dacht dat het me gelukt was
een goed mens van hem te maken.'
Bij het schrijven van het suspense boek 'Reykjavik' (2024) hebben Ragnar Jónasson en de oud-premier van IJsland, Katrin Jakobsdóttir, hun krachten gebundeld. Die samenwerking heeft een boeiend en veelzijdig plot opgeleverd dat meteen het voorlopige hoogtepunt uit Jónassons œuvre is. De maatschappelijke laag die uit de ervaringswereld van de politica komt heeft hier een groot aandeel in.
Een nieuwe stem
Misschien heeft dit literaire uitstapje de oud-minister van Financiën en Economie, Katrin Juliusdóttir, aangespoord tot het publiceren van haar debuut 'Bitterzoet'. Hierin speelt een vermoorde ambtenaar en vastgoedfraudeur de hoofdrol. Zolang hij leefde kon Óttar teren op het imago van charismatische, intelligente burger voor wie zelfs een politieke carrière tot de mogelijkheden behoorde.
Tijdens het onderzoek naar de dader blijkt deze populist met de hulp van voorkennis en een stroman geld te hebben weggesluisd naar een witwasparadijs. Zou hij daarbij iemand zozeer tegen de haren hebben ingestreken dat het zijn dood is geworden? Of moet de reden in de privésfeer worden gezocht? Hoe het ook zij, het lijkt er niet op dat hij zijn historische naam, die loyaliteit betekent, eer heeft aangedaan!
Een zwaktebod
In 'Bitterzoet' strijden twee verhaallijnen om de aandacht van de lezer en dus met elkaar. Het principe van de hoofdlijn en het subplot wordt dus niet gerespecteerd. Omdat beide paden elkaar aan het slot niet ontmoeten, heeft de auteur de familietragedie van rechercheur Sigurdís met een zwaai van het toverstokje laten eindigen. Dat heet met de handen in het haar zitten...
Dit boek lijdt aan te veel tekorten: een tergend trage voortgang, zwakke, clichématige plotelementen, gebrek aan interactie tussen de personages, nodeloze uitweidingen. Zelfs het onderzoek is ondermaats. Bovendien lees je over het recherchewerk in plaats van te worden meegenomen naar de hobbels en de twijfels van het politieteam. Hoe beperkt het romantechnische inzicht van deze schrijfster is, bewijst ook het uitje van Sigurdís en collega Unnar die gezellig keuvelend door Brussel lopen en zich verwonderen over de Art Deco-stijl van de stadsarchitectuur. Dan zijn er zo'n 70% van de bladzijden gelezen.
Onvoorstelbaar
Als er toch iets is dat je nog meer verbijstert dan de opgesomde gebreken, dan is het het naïeve taalgebruik van Sigurdís. Ze zet zichzelf neer als een kneusje dat om het respect van haar chef bedelt. Ze mag niets en ze wil wat. Op zijn beurt slaat hij een belerende, zelfs betuttelende toon aan. Dat gebeurt dus in een land dat bekend staat om zijn hoge niveau van gendergelijkheid! Hier verkleutert het plot.
Helaas moet je concluderen dat 'Bitterzoet' een zoutloos en zwalpend boek is. Waarom wordt een mislukte poging tot schrijven uitgegeven in een zichzelf respecterend land? Dan moet je toch denken aan een rinkelende kassa en de verwachting dat het manuscript zal meesurfen op de populariteit van het genre!
★