Boze kunst, grimmige burgers !
'Ik heb niemand verkracht, ik heb ervoor betaald.'
Het verdriet van Groningen, daar delen we allemaal in. Barsten in de muren, de ene na de andere inspectieronde, karige of helemaal geen uitbetalingen, de vervloekte NAM, de vergeten noord-oosthoek van Nederland. Ook de maatschappelijk geëngageerde auteur Anne-Gine Goemans werd door dit drama geraakt. Het kreeg een prominente plaats in haar spannende roman 'Scheuren in de hemel'.
Zich vastbijten is de boodschap
Als inspecteur Barbara Holland zich verdiept in de moord op Nynke de Jager, vijfentwintig jaar geleden, komen de twee hoofdverdachten van weleer opnieuw in beeld. Nu haar resten zijn gevonden, wordt het oude dossier van onder het stof gehaald. Daarin vindt Barbara de namen van een Duitse zedendelinquent, Edo Schneider, en het toenmalige bezitterige vriendje van Nynke, Vincent Bleker, die nu een respectabele medewerker van de NAM is. Het spreekt voor zich dat de focus vol op de gewelddadige vrouwenmishandelaar komt te liggen. Maar ook het gladde ex-liefje blijft niet buiten schot. Hoe je de dader met bewijslast aan het slachtoffer koppelt, is voor elke speurder een hoofdpijnvraag.
Twee nevenpersonages verpersoonlijken de slepende gevolgen van de gaswinning in de regio. Rein de Ridder, eigenaar van een ijzerwinkel, woont in een caravan bij zijn beschadigde huis. Om de herstelling ervan te kunnen betalen, laat hij zich verleiden tot het verhuren van zijn schuur aan een crimineel. En dan is er nog beeldend kunstenares Titia, die met verkrampte woede aan een bewegend kunstobject bouwt. Voor deze erg toepasselijke creatie heeft ze een naargeestige rol in gedachten. Als de schrijfster de pijn van de gedupeerden verwoordt, is haar toon hard en onverbloemd.
Het oordeel
Hoewel alle plotelementen keurig op hun plaats vallen, moet je toch erkennen dat dit verhaal overgestoffeerd is: te veel acteurs, te veel achtergronden, te veel sporen en lijnen. Bovendien gaat de spanningsboog er enigszins onder lijden. Een kleiner maar toch storend feit is het benoemen van inspecteur Barbara Holland. In scènes met haar intimi noemt de schrijfster haar 'Barbara'. Maar in werksituaties klinkt het: 'Holland had erover gehoord' of 'Wederom zet Holland de stopwatch aan'. Dat valt niet lekker in het oor en zorgt voor afstand tussen de lezer en de heldin! Het is ook jammer dat, omwille van de chronologie, de frustratie over de NAM niet kon samenvallen met de afwikkeling van het moordonderzoek.
Pluspunten zijn de maatschappelijke thema's (woekerinteresten, orgaanhandel, vrouwenmishandeling, nalatige overheid) en de ontmaskering van de dader die pas diep in de finale plaats vindt. Toch konden deze sterkhouders, evenmin als de vertederende seniorenverliefdheid van Barbara's professionele partner, voor een vierde ster zorgen!
★★★1/2