vrijdag 13 juni 2025

Commissaris Dupin en de dode in Pont-Aven - Jean-Luc Bannalec

De vervloekte erfenis van Gauguin !

'We spraken over andere dingen, niet over onszelf. 
Dat was niet ongebruikelijk voor twee Bretons.'

Wie vertrouwd is met commissaris Maigret en zijn rustige maar efficiënte manier van rechercheren, voelt zich meteen thuis in de Bretoense verhalen van Jean-Luc Bannalec. Omdat een rokende speurder niet meer bij deze tijd hoort, is de pijp van de Simenon-held uit beeld gebleven en vervangen door enkele ochtendlijke cafeïneshots in het stamcafé van commissaire Georges Dupin. 

Een solistische rechercheur
Aan de zuidkust van Bretagne liggen slaperige, nog vrij traditionele vissersplaatsjes waar buiten het toeristische seizoen niets ophefmakends gebeurt. Als een schrijver van spannende boeken er wil aarden, dan moet hij de werkelijkheid een duwtje geven. Daarom wordt een 91-jarige hoteleigenaar, die als gulle gever bekend staat, vermoord. Verontwaardiging alom en een piekerende, weinig mededeelzame Dupin. De commissaris is geen teamspeler, eerder een dominante chef die korte bevelen geeft aan zijn inspecteurs en nooit een vergadering belegt. Hoewel hij beleefd omgaat met zijn getuigen, past de vaderlijke autoriteit van Maigret noch bij hem noch bij de 21ste eeuw. 

Zoals het een topspeurder betaamt, werkt hij zich een weg doorheen de rookgordijnen die de betrokkenen optrekken. Uiteindelijk draait het om een slecht bewaard familiegeheim waarin meester-schilder Paul Gauguin ongewild een rol speelt. Tussen 1886 en 1889 was hij het uithangbord van de laat-impressionistische School van Pont-Aven. In dit verhaal verweeft Bannalec charmante weetjes over de Bretoens-Keltische identiteit met de 'couleur locale' en het plot. De beelden van notendopbootjes, witte stranden, het estuarium van de Aven, Plage Tahiti, maretakken, palmbomen, een Keltisch bos en 'een horizon die even eindeloos is als de hemel', blijven op je netvlies hangen. Na het dichtklappen van het boek zullen heel wat lezers willen afreizen naar deze melancholisch-romantische streek. 

Opluchting
Ook de afwezigheid van technologisch onderzoek, dat overheerst in de hedendaagse spannende roman, is een verademing. Geen telefoontaps, geen uitlezen van smartphones, geen camerabeelden, geen DNA-analyses, geen cyberspecialisten enz. De digitale bestanden mogen, zo nodig, plaats maken voor dikke registers en de noodzakelijke forensische activiteiten blijven op de achtergrond. Via gerichte vragen en het luistertalent van Georges Dupin komt de oplossing in zicht. Een avondwandeling in het haventje van Concarneau kan daarbij verhelderend werken! Jean-Luc Bannalec gaat terug naar de basis!

Hoewel het tempo in het eerste van de vier delen behoorlijk laag ligt, slaagt de auteur erin om, met het vorderen van het plot, de stoffering steeds gevarieerder en intrigerender te maken. Hij laat ons niet alleen nadenken over de puzzelstukjes maar ook over het koortsachtige, kille karakter van veel moderne thrillers en wellicht zelfs over onze jachtige aaneenschakeling van dagen. Een verblijf aan de Bretoense zuidkust zou ons weer in balans kunnen brengen. En met wat geluk nodigt Georges Dupin ons dan uit voor een espresso en een 'pain au chocolat'. Zoals hij zelf zegt: 'Aan het eind van de wereld, kom je elkaar altijd tegen!'

★★★★

dinsdag 10 juni 2025

Mijn leven in Japan - Chris Broad

Integreren kan zonder conformeren !


'Bij bijna elk bezoek aan de huisarts krijg je er een infuus bij,
net zoals je bij de autowasstraat een luchtverfrisser krijgt.'

Als de jonge leraar Engels Chris Broad in een Japans provinciestadje een aanstelling op een college aanvaardt, is dat een sprong in het diepe. Hij praat de taal niet en het oubollige lesboek kan de tienerleerlingen niet vooruitbranden. Bovendien wordt Engels als een meidenvak gezien. Jongens zien meer in gevechtstechnieken. Meteen blijkt dat het land niet gendergelijk is. Met creatieve en humoristische opdrachten brengt Chris sensei, zoals hij formeel genoemd wordt, enig leven in de klas. 

Wie zit er achter het masker?
Wil je niet helemaal vereenzamen in een onbekende cultuur, dan moet je leren socializen. Zijn nieuwsgierige en zelfs avontuurlijke instelling helpt hem een heel eind op weg. 's Avonds duikt hij in evasieve uitjes die hard werkende burgers aantrekken: doorrookte eet- en drankgelegenheden, clubs - al dan niet met karaoke-geblaat - party's... waarbij het bevroren masker van de Japanners afvalt. Wat de collega's betreft, haalt een toverstokje de onkreukbare afstandelijkheid de ochtend nadien gewoon weer tevoorschijn. Gelukkig worden sommigen langzamerhand vrienden met wie hij echt kan communiceren.

Toch zal Chris zich blijven verbazen over de sociale regels. Omdat de groep belangrijker is dan het individu, heeft de kudde veel invloed op de enkeling. In zijn klas worden, bijvoorbeeld, leerlingen die een fout maken, uitgelachen. En de spot met iemand drijven kan makkelijk leiden tot pestgedrag. Grensoverschrijdende omgangsvormen zijn dus ook wijdverbreid in Japan. Het schokkende is dat volwassenen vaak hartelijk meelachen en de pestkop niet corrigeren. Af en toe springt er een leerling uit het raam...

Spontaan zijn is niet altijd wenselijk
Die onbeschofte manier van met elkaar omgaan staat in schril contrast met de regel die zegt dat met wie je praat bepaalt hoe je praat. En dat voorschrift mag erg strikt geïnterpreteerd worden. Hoe ouder je bent en hoe hoger je functie is, des te formeler word je aangesproken. Je moet je dus bewust zijn van de plek die je inneemt in de hiërarchie van je sociale omgeving. Of de tegen Chris blaffende 60+huisarts deze regel iets te enthousiast toepast, is niet duidelijk.

Vrijheden en plichtplegingen matchen niet noodzakelijk met de onze. Terwijl je maar 0,3 promille alcohol in je bloed mag hebben als je rijdt, mag je in Japan probleemloos een drankhol openen in je eigen huis. 

Indrukwekkende integratie
Nadat Chris Siberische winden en meters sneeuw heeft overleefd, ontelbare porties gegrild, gebakken of gefrituurd vlees achter de kiezen heeft gestopt, privéles Japans gevolgd heeft, te veel leerlingen een poging heeft laten ondernemen om het woord 'penguin' uit te spreken, in een liefdes- en een capsulehotel is gaan overnachten, het bovenste stuk van de 3776m hoge Fuji-berg heeft bedwongen (fantastisch hoofdstuk!), een speechwedstrijd in de nationale taal gewonnen heeft en de krant gehaald... is van de vreemde eend in de bijt niet veel meer over! Niemand zal het deze smulpaap kwalijk nemen dat hij geen liefhebber is van rauw paard of gefermenteerde bijenlarven.

De pas afgestudeerde student is volwassen geworden. In het diepe springen loont. Hij durft initiatieven te ontwikkelen, heeft geleerd om problemen op te lossen, hij is wijzer en zelfverzekerder. Zijn YouTube-kanaal met nationale en internationale uitstraling is de kroon op zijn verblijf! Daarmee heeft hij zichzelf op de Japanse kaart gezet en het Land van de Rijzende Zon over de grenzen heen in de kijker geplaatst!

Leesplezier
Bij het opsommen van al deze kwaliteiten zou je bijna vergeten dat Chris Broad een getalenteerde schrijver en verteller is. Zijn stijlfiguren spreken voortdurend tot de verbeelding. Hij laat zijn lezers bovendien al zijn twijfels en mislukkingen zien. Met zijn openheid en tragikomische aanpak houdt hij je gekluisterd aan de bladzijden. De Japanse collectivistische wetmatigheid die zegt dat je je kop niet boven het maaiveld mag uitsteken, heeft van hem gelukkig geen ander mens gemaakt!

★★★★1/2

zaterdag 7 juni 2025

Vader zoeken - Mirjam Rotenstreich

De ontsnapte zoon 
van de Talmoed-geleerde !


'Hij prees Nederland om zijn grote geestelijke vrijheid, 
zijn tolerantie en gulle sociale voorzieningen.
Voor een Jood uit Oost-Europa was dat nauwelijks te vatten.'

Vaak weten kinderen lang niet alles over het verleden van hun ouders. Een zwijgcultuur, schroom of onverwerkte ervaringen kunnen hindernissen zijn voor een open communicatie. Maar als je vader een speelbal van de geschiedenis is geweest, blijven er nog meer vraagtekens over. Toen Natan Rotenstreich na de oorlog in Nederland aankwam stond er zelfs een foute geboortedatum op zijn persoonsbewijs. De misvatting bewijzen kon hij niet. Alleen intimi wisten dat hij, zoveel jaren later, als eeuwling gestorven was. 

Wie was Natan?
Na zijn dood ging dochter Mirjam op zoek naar ontbrekende puzzelstukjes in zijn Joods-Pools-Oekraïense identiteit. In Oost-Europa hielden grenzen nooit lang stand! Je zou hem ook een voormalige inwoner van het Oostenrijks-Hongaarse Rijk kunnen noemen. Of een, kortstondig, gelegaliseerde Sovjetburger. Of een stateloze ontheemde. Met dank aan internetarchieven kon ze een flink deel van zijn familie traceren. Sommigen liggen zonder grafsteen op de totaal verwaarloosde begraafplaats van hun geboortestadje Budzanów in West-Oekraïne (nu Budaniv). De anderen werden, na een razzia, naamloos begraven op een onbekende plek of gecremeerd in een nazikamp.

Met wisselend researchsucces gaan er ook andere ramen op Natans wereld open: zijn geloof in een geleidelijke overgang naar een communistische samenleving, zijn veroordeling door een Poolse rechtbank, de met medailles afgesloten tijd in het Russische leger, het lesgeven aan getraumatiseerde Joodse weeskinderen, banen waarvoor hij overgekwalificeerd was enz.

Psychologische laag
Behalve in het laatste stuk van het boek mis je aandacht die gericht is op zijn belevingswereld. Zag hij zichzelf als een door de geschiedenis verworpen mens? Hoe ging hij om met het verlies van zijn familie? Had hij ooit de behoefte om terug te reizen naar het stadje van zijn jeugd? Hoe zagen die interbellum-jaren eruit in een uithoek van Europa, thuis en in een multiculturele omgeving onder Pools bewind? Hoe was het voor deze intelligente man om genoegen te moeten nemen met een administratieve baan in Nederland? Zijn gebrek aan mededeelzaamheid botst hier met de wensen van de invoelende en leergierige lezer. 

En hoe staat zijn dochter tegenover zijn naoorlogse, licht frauduleuze, opportunistische kant? Was dat buiten de ethische lijntjes kleuren of eerder een middelvinger naar de Duitsers die zijn geliefden en hun lotgenoten hadden omgebracht? 

Niets tegen de ratio, integendeel, maar 'Vader zoeken' is wel een érg rationeel, soms enigszins zakelijk boek. Dat sterk beredeneerde blijkt ook uit de globale structuur van dit werkstuk.

Opbouw
Mirjam Rotenstreich heeft niet gekozen voor de gebruikelijke chronologie. Wellicht zag ze de toegepaste ordening als geschikt voor het veelvoud aan paden, feiten en onduidelijkheden die op haar weg kwamen. Toch voel je je als lezer niet erg prettig bij deze aanpak. Omdat er in het eerste gedeelte allerlei ballonnetjes worden opgelaten die pas later worden uitgewerkt, blijf je vaak met vragen achter. 

Een boek over gedetailleerd onderzoek geeft bovendien weinig ruimte aan het verhalende. Als gevolg hiervan verliest het leescomfort aan kwaliteit! Collega-schrijvers van biografieën doen ook uitgebreide research en komen toch met een narratief geheel. Zij verliteraturen de bevindingen! De taal van deze auteur is trouwens aan de kale en kille kant, mist soepelheid en warmte.

Volharding
Hulde is er wel voor het eindeloze geduld waarmee Mirjam Rotenstreich in de voetsporen van haar vader is gestapt. De diverse talen waarin informatie werd aangeboden - Pools, Oekraïens, Russisch - hebben het haar niet makkelijk gemaakt. Dat laatste geldt ook voor het verstokte zwijgen van Natan. Hij was een man die weinig over zijn verleden kwijt wilde, veel verhalen mee in zijn graf heeft genomen, ook de verdrongen herinneringen en dat wat hij zelf niet wilde weten!

★★★

woensdag 4 juni 2025

De aanslag op Napoleon - Johan Op de Beeck

Wie slaat zijn slag?


'Als het water hem aan de lippen staat, 
zijn er altijd die verdrinken, maar niet hij.'
(over Joseph Fouché, Minister van Politie onder Napoleon)

De flamboyante Napoleon Bonaparte leidde een leven dat hem van het mondaine Parijs naar groots opgezette veldtochten bracht om uiteindelijk te stranden in het van god verlaten ballingsoord Sint-Helena. Wie hoog vliegt, kan diep vallen. Als het aan zijn tegenstanders had gelegen, was hij al veel eerder van het toneel verdwenen. Complotten uit de hoek van royalisten, extremistische Jacobijnen en buitenlandse agenten, die vooral in opdracht van aartsvijand Groot-Brittannië opereerden, resulteerden in enkele tientallen mislukte aanslagen op het staatshoofd. Je zou het een amateuristisch zootje kunnen noemen. 

Snode plannen
Het geheime genootschap van graaf de Sauvigny, dat zich Chevaliers de la Foi noemde, zou eens laten zien hoe je zo'n exploot moest aanpakken. Het was hoog tijd om 'het hoofd van de slang af te snijden' en opnieuw een koning op de troon te brengen. Maar wie zou deze klus moeten klaren? Een onbekende eenling van onberispelijke signatuur, die bovendien een top scherpschutter was, leek de ideale man. Geen ingehuurde schurk die makkelijk in de armen van de gendarmes (marechaussee) viel. 

Als de keizer een uitgebreid bezoek wenst te brengen aan Antwerpen en omgeving, gaan alle alarmbellen rinkelen bij Franse en Belgische bestuurders en politiediensten. Bij gebrek aan een alternatief krijgt Florent Bex, de onkreukbare superspeurneus van de Scheldestad, de bijna onmogelijke opdracht om een zoveelste moordpoging te verijdelen. 'Ze hebben een groot probleem en ik ben zowel hun oplossing als hun zondebok', beseft de alerte Bex. In Parijs wordt het machtsspel hard gespeeld. 

Een totaalbeleving
'De aanslag op Napoleon' is geen loeispannende thriller, eerder een rechercheverhaal dat volledig opgaat in de omstandigheden en het karakter van de begin19de eeuwse samenleving. Dankzij een decennialange nieuwsgierigheid naar de vroegmoderne Franse geschiedenis en de greep van Parijs op de Belgische bestuurlijke en bredere cultuur, grossiert Johan Op de Beeck in een eindeloze reeks weetjes en inzichten die zijn non fictie en fictiewerk erg attractief maken. 

In dit boek concretiseert hij de nieuwigheden die Napoleon introduceerde: het gebruik van telegrafie via seinposten, de uitbreiding van de infrastructuur, de invoering van de burgerlijke stand waarbij burgers een officiële - en dus controleerbare - identiteit kregen. Maar de auteur daalt ook af naar het volkse, de nachtkroegen in de havenstad, de smokkelroutes, de trekschuiten en postkoetsen. Deze stoffering komt de geloofwaardigheid ten goede en zorgt voor een belevingswereld waar elke lezer naar op zoek is.

Taalpraatje
De Nederlandse lezer die zich tot deze historische invalshoek aangetrokken voelt, zal zich wat de taal en stijl van Johan Op de Beeck betreft, een beetje flexibel moeten opstellen. Hij schrijft enigszins barok en gedragen, wat trouwens wel past bij de tijdgeest. Hier en daar zul je ook een archaïsch woord zien (prijken, ginds/ginder, te Parijs, in welks, verkeerdelijk, de men-vorm in plaats van de je-vorm enz.). Daarbij wordt niet elke Franse titel, uitdrukking of uitspraak vertaald. Voor het Vlaamse publiek is dat niet nodig. Maar een beetje lezer vindt het niet erg om af en toe een Google-pagina te openen. Wie leest, die leert! Dat geldt ook voor de verwijzingen naar de katholieke godsdienst. Wat is een sacristie of het lof? Wiki vertelt het je vast...

Heel bijzonder is dat de eigen fascinatie van de schrijver voor dit soort verhalen tussen de regels zichtbaar is. En als het een beetje smeuïg wordt, dan knipoogt hij naar je. Johan Op de Beeck is een meesterverteller met een bibliotheek in zijn rugzak. Hij maakt van de lezer een reiziger in de tijd, een trip die bij geen enkele touroperator te koop is!  

★★★★★

maandag 2 juni 2025

Duivelskruid - Ellen de Vriend

Amazon als game changer


Een Zeeuws eiland met zicht op de Westerschelde en veel vrije ruimte is aantrekkelijk voor liefhebbers van hardlooprondjes. Helaas kan een sociaal gestoorde er ook zijn speelveld vinden. Toen rechercheur en teamleider Roos Latuheru van Utrecht naar Walcheren werd promoveerd, had ze zich niet kunnen voorstellen dat ze er ooit een seriemoordenaar zou ontmoeten. Als er meer dan één slachtoffer valt, wordt het duidelijk dat het bijna ondenkbare realiteit is. 

Meer originaliteit graag !
Tijdens de uitwerking van dit plot volgt Ellen de Vriend de gebaande paden. Daarbij schuwt ze de clichés niet: de roep om meer blauw op straat, de antipathieke collega, de verkrachtingsdrug, de psychopaat die zijn dubieuze loopbaan startte met het martelen van dieren, de norse chef die zich vooral druk maakt om deadlines enz. Bovendien gaat de aandacht op bijna elke bladzijde van het boek naar het recherchewerk dat matige beschouwingen, wijdlopigheid en flauwe persconferenties oplevert. Een aantal rare snuiters moet de puzzelleggers op het verkeerde been zetten. En er wordt héél veel rondgebeld, héél veel beeldmateriaal bekeken, buurtonderzoek gedaan en er worden zoekacties georganiseerd. 

De lezer als buitenstaander
Tijdens dit onderzoek zit de lezer aan de vergadertafel. Wat zich daarbuiten afspeelt is haast niet zichtbaar. Omdat de auteur vergeet dat de handeling een onmisbaar element van een (spannende) roman is, kan het doelpubliek niet worden opgenomen in een levendige plotontwikkeling. Met handeling worden de gebeurtenissen bedoeld die voortvloeien uit de gedachten en het gedrag van de personages. 

Een dynamisch verloop van een verhaal creëert ook spanning. Aan 'Duivelskruid' had je een achterliggende lijn kunnen toevoegen waarin de dader je wegwijs maakt in zijn denkwereld en macabere intenties. Vooral zijn korte termijnplanning zou voor klamme handjes kunnen zorgen. Dan zou de lezer trouwens meer weten dan de speurders wat bijkomende verontrusting met zich mee zou brengen! Ook de slachtoffers blijven wat psychologisering en spanning betreft onuitgewerkt!

Leer van de beste collega's !
Fictie die uitleggerig is in plaats van verhalend is nooit een succes. 'Duivelskruid' mist voortgang, beklemming en een karakter waarmee je je emotioneel kunt verbinden. Jammer genoeg heeft deze Zeeland-thriller meer van een beach & pool book dan een bankboek! 

★★

donderdag 29 mei 2025

Schaduwdorp - Thysia Huisman

 Niemand is onkreukbaar !


'Met drugs kan de duivel de mens verleiden tot zonde.'

Het ingepolderde dorp Urk koestert nog steeds zijn eilandcultuur: een eigen dialect, traditionele rollenpatronen, het vasthouden aan strenge geloofsregels en een ons-kent-ons gemeenschap. In 'Schaduwdorp' heeft Thysia Huisman de gevolgen van het bijbehorende zwijggedrag, binnenskamers én in het publieke leven, op een realistische manier gefictionaliseerd. 

Hoe ver reikt het speelveld?
Net als bij haar debuut put de schrijfster in deze opvolger uit haar ervaringen bij de commerciële televisie. Hoe dicht de gladde, narcistische programmamaker en presentator Marcus Leeflang bij de wereld van de Nederlandse media staat, is voor een buitenstaander moeilijk in te schatten. Maar zolang het verhaal niet ongeloofwaardig wordt, mag een thriller spelen met de grenzen van de werkelijkheid. 

Omdat Marcus wil scoren met spraakmakende uitzendingen zet hij zijn team genadeloos onder druk. Hij stuurt researcher Charlie, die in een vorig leven op Urk woonde, naar het vissersdorp met het dubieuze imago waar ze snel botst op argwaan en een dubbele moraal. Dankzij haar vasthoudendheid en wat journalistiek geluk slaagt ze erin om de gelederen langzaam maar zeker te openen. Als 'million dollar smile-Marcus' zijn 'characters', zoals hij ze noemt, voor de camera haalt, blijken sommige Urkers toch ijdel en dus openhartig te zijn. Wie een vette kluif verdient aan illegale activiteiten, is heel wat minder benaderbaar. Toch is de ambitieuze Charlie niet van plan om toe te geven aan rollende spierballen en een grote bek. 

De plotspelers
Thysia Huisman tekent altijd gelaagde, boeiende personages die de lezer niet loslaten. Niemand wordt geïdealiseerd. Ook de kopsterke, waarheidszoekende Charlie toont haar slinkse kant als haar ego de overhand krijgt. En Marcus kan zijn grillige karakter niet verbergen. Elke dag zet hij een ander gezicht op: charmant, snauwend, intimiderend, chanterend, manipulatief... een man met een spectrumstoornis. Een beetje Trumpiaans zou je kunnen zeggen. Dat hij voortdurend stokken in het hoenderhok gooit en relaties op scherp zet, maakt van hem wel een handige pion in dit schaakspel. 

Ook bij het uitwerken van achtergronden toont deze schrijfster zich attent en bedreven. De hypocriete moraal wordt op tal van bladzijden geconcretiseerd. Daarnaast is er aandacht voor het noodlijdende vissersvak dat kreunt onder de vangstquota en daarom de verleiding van illegale inkomsten geloofwaardig maakt. Bovendien past het uitwijken van de drugsmaffia naar kleinere havens perfect bij de actualiteit. 

Altijd weer de traditie
En ook de kleine cultuur wordt niet vergeten. Terwijl de echtgenote het thuis gezellig maakt, lopen op vrijdag de kotters de haven binnen. Na een week op zee wacht hen 'een kost' (warme maaltijd) of 'een bol' (een broodmaaltijd). De geur van gebakken vis komt je overal tegemoet. Jonge mannen dragen oorringen met symbolen als een kruisje, een anker of een hartje, een eeuwenoude traditie die omgekomen vissers moest kunnen identificeren. En wie in de smaak valt, wordt 'skat' genoemd.

Met deze tweede thriller heeft Thysia Huisman haar uitzonderlijke talent bevestigd. Schijnbaar moeiteloos strikt ze je in een ingenieus web van weinig koosjere personages waarvan sommigen, bij nader inzien, niet zo gek ver van jezelf afstaan.  

★★★★1/2 

maandag 26 mei 2025

Het vrouwenhofje - Mérie van der Rijt

Het leven is een béétje maakbaar !


 'Alleen een weduwe kent vrijheid in deze mannenwereld.'

Aan het eind van de 17de eeuw was individuele vrijheid nog een zeer beperkt begrip, vooral als het om vrouwen ging. Binnen en buiten het gezin bepaalden bijbelvastheid, overheidsregels en sociale controle het doen en laten van elke burger.

Uit het keurslijf
Het verbaast dan ook niet dat Maria op haar twintigste de verstikkende thuissituatie wil ontvluchten. Met een moeder die haar voorhoudt dat 'kennis de schoonheid van de vrouw verpest' en haar verplicht tot eindeloze borduuravonden, kan deze chirurgijnsdochter geen kant op. Omdat een huwelijk met haar geliefde timmerman geen optie is, trouwt ze boven haar stand met notaris en weduwnaar Pieter van Aerden. Een hartverscheurende keuze? Natuurlijk, maar deze 50-jarige zou toch niet meer zó lang leven?! 

Binnen de restricties van de tijdgeest, zet Mérie van der Rijt een emanciperend hoofdpersonage neer. De jonge echtgenote benut de ruimte die haar coulante man haar biedt, optimaal. Ze maakt zichzelf onmisbaar in het notariaat dat floreert onder haar sturende kracht. Is een vrouw die meer dan driehonderd jaar geleden deelneemt aan het arbeidsproces een geloofwaardig karakter voor een historische roman? Zeker, tenminste als je het hebt over de Nederlanden. Denk, bijvoorbeeld, aan de Haarlemse Kenau Simonsdochter Hasselaer die het scheepvaartbedrijf van haar overleden man overnam. In Italië liepen jonge dames toen nog aan de arm van een chaperon door de stad.  

Levendige stoffering
Een verhaal dat je in een geschiedkundige context plaatst vraagt vanzelfsprekend om nauwgezette research en ingekleurde achtergronden waartegen de plotspelers kunnen schuren. Als Maria haar timmerman gaat opzoeken hou je je hart vast. Op een overspelige echtgenote wachtten immers de schandpaal en nadien het tuchthuis. En wanneer kwikzilveren bolletjes als - gangbaar - medicijn door de cacao worden geroerd, weet je wat er met de zieke zal gebeuren. Andere meer onschuldige weetjes betreffen rouwkleding, geboorterituelen of modeverschijnselen zoals geëpileerde wimpers en gevulde kniekousen voor mannen. Zelfs de intelligente Maria trapt even in dit stukje theater... totdat de kousen in de slaapkamer voor het nachthemd worden geruild!

Maar... dat deze schrijfster in één adem genoemd wordt met Simone van der Vlugt is niet terecht. Omdat deze laatste het historisch perspectief opentrekt tot bij het nationale en internationale bestuurlijke niveau en daarbij complexe ontwikkelingen moet interpreteren en verliteraturen, kun je beide auteurs niet op één lijn plaatsen.

Nog niet volleerd
Dat neemt niet weg dat Mérie van der Rijt met Maria een ondernemende, assertieve en slimme vrouw heeft getekend die een tijdloos rolmodel kan zijn. De leugentjes om bestwil moet je haar dan wel kunnen vergeven. Wat de spanningsboog van de handeling betreft, is een kritische noot wel op z'n plaats. In verschillende fases van het boek wordt de ballon met de psychische belasting opgeblazen om even later met een speld te worden doorprikt. Roman en lezer gedijen beter bij een gestaag oplopende onrust die zijn ontknoping vindt in het slotakkoord. Bovendien weerspiegelt de charmante titel 'Het vrouwenhofje' niet het zwaartepunt van het plot. Het 'hofje' voor alleenstaande, vrome vrouwen, een populaire woonvorm in de Nederlanden van die tijd, speelt slechts een rol in de marge. 

De zeer taalvaardige Mérie van de Rijt heeft in dit debuut een steeds wijzer wordende overlever geportretteerd. Uiteindelijk geldt ook voor Maria dat 'de laatste jas geen zakken heeft. Voor niemand.' 

★★★1/2

zaterdag 24 mei 2025

De woordenaar - Sandra Langereis

 Labore et constantia !
(Vlijt en volharding - het motto van Christoffel Plantijn)


'Van ambachtelijke vakman tot sleutelpositie 
in proto-industriële bedrijfsvoering.'

Als de dertigjarige Christoffel Plantijn in 1549 in Antwerpen aankomt, is de stad aan de Schelde een honderdduizend inwoners tellende handelsmetropool! Het Franse weeskind dat is opgeleid tot boekbinder, blaakt van ambitie. Toch kan Plantin, zoals hij officieel heet, zich op dat moment niet voorstellen op welke manier hij geschiedenis zal schrijven.

Onbegrensde mogelijkheden !
Wat hij zich wel realiseert zijn de immense mogelijkheden van een stad met een uitgebreid handelsnetwerk, veel werklieden, een vlotte aanvoer van grondstoffen... en de nabijheid van de universiteit van Leuven. De dag waarop hij besluit meertalige woordenboeken en bijbels uit te geven, zal hij een beroep doen op internationale academici die soms, om praktische redenen, bij hem komen inwonen.

Maar voor het zover is moet hij zijn start-up uitbouwen tot een heuse onderneming. Zonder kapitaal uit een erfenis of een huwelijk met een drukkersdochter, is dat een krachttoer. Plantijn kan wel zijn neus voor zaken en zijn werkkracht inzetten. Hij is bovendien zo slim om zijn handel te diversifiëren. Luxegoederen zoals kant voor kragen en mouwen vinden makkelijk hun weg naar de gegoede burgers en de adel. 

Familie kun je vertrouwen
In het familiebedrijf nemen zijn dochters taken op die hun vader 'des affaires propres aux hommes' noemt. Zij corrigeren drukproeven en leiden het kantbedrijf. Omdat de zaakvoerder tweemaal per jaar naar de Frankfurter Messe reist en geregeld naar Parijs gaat, moet hij wel delegeren. Op het hoogtepunt van zijn succes bedienen zo'n 50 arbeidskrachten 22 drukpersen. Daarnaast zijn er nog redacteuren, proeflezers en knechten aan het werk. Er wordt 12 tot 13 uur per dag gewerkt, wellicht ook door de baas! Dat labeur resulteert in een aanbod van schooluitgaven, kalenders, psalmen, getijdenboeken, een botanische atlas, de anatomie van Vesalius, verzen van Vergilius en bijbels.

De tijd van de kleinschalige gildenateliers waar bovendien geen flexibele politiek mocht gevoerd worden, had zijn langste tijd gehad. Met het aantrekken van vennoten laat Plantijn opnieuw zijn creatieve kant zien. Ook de stad blijft niet achter. In Antwerpen opent de eerste beurs van de wereld, een zakenmarkt die in tegenstelling tot de jaarmarkten, elke dag open is. Daar werd trouwens het contante geld vervangen door wisselbrieven en schuldbrieven, een nieuwigheid die gunstig was voor de rondreizende handelaars... maar door de struikrovers op tandengeknars onthaald werd. 

Het einde van de speeltijd !
In1566 waren de hoogtijdagen van de economische conjunctuur voorbij! Gewelddadige conflicten tussen katholieken en protestanten gingen de geschiedenis in als 'de beeldenstorm' waarbij kerken geplunderd en vernield werden. Handel gedijt niet bij instabiliteit! Zover was het trouwens niet gekomen als de rabiaat-katholieke bestuurders (Karel V en later zijn zoon Filips II) zich toleranter hadden opgesteld. Maar in een autocratie is er geen plaats voor diversiteit. Die was er wel bij veel burgers. Kooplieden willen geld verdienen en dan maakt geloof of etniciteit niets uit!

Omdat de jarenlange Spaanse repressie steeds extremer werd en de drukwerkcensuur daar erg onder leed, moest Plantijn opschieten met zijn meest ambitieuze project: de polyglotbijbel, een pronkstuk in zeven delen en vijf talen. Het zevenduizend bladzijden tellende heilige boek kost hem bloed, zweet en tranen. Uiteindelijk neemt hij de wijk naar Leiden, om nog één keer terug te komen naar het Antwerpen dat hem groot maakte. Dat was een tragisch weerzien. Na de Spaanse belegering (1585) was het culturele en economische hart van de Nederlanden helemaal doodgebloed!

De beste in zijn vak
De succesformule van Plantijn is niet eenduidig. Er is om te beginnen zijn arbeidsijver, volharding en zakeninstinct. Er is ook de ondernemer die steeds wil uitbreiden en innoveren. Er is de omzichtige diplomaat die niemand, ook de bestuurders niet, voor het hoofd wil stoten. En vergeet vooral de topkwaliteit van zijn publicaties niet: bijzonder fraai ogende boeken van hoog inhoudelijk niveau. Hij is niet toevallig hofleverancier van drie vorsten geweest!

Sandra Langereis heeft een dito werkstuk van de pers laten rollen. In 'De woordenaar' laat ze haar metgezel in zijn waarde. Ze is niet meegegaan in speculaties over zijn vermeend lidmaatschap van religieuze sektes, noch heeft ze hem kort door de bocht gelabeld als een doortrapte opportunist. Plantijn was een trouwe katholiek maar geen scherpslijper.

Twee neuzen in dezelfde richting
Deze biografie is het resultaat van diepgaand wetenschappelijk onderzoek. De schrijfster lijkt stage te hebben gelopen bij de meester-drukker zelf en een jarenlange bijbelstudie te hebben gevolgd. Ze is in de haarvaten van haar onderwerp gekropen! Net zoals haar hoofdpersonage is een lange adem haar niet vreemd! 'Labore et constantia' zal Plantijn haar ingefluisterd hebben. Alles voor eindresultaat! 

★★★★★